Verandering

Change is, thus, probably due to how a person uses (and changes) their social environment, not to what happens in therapy. Ofwel:

Verandering komt waarschijnlijk vooral door hoe iemand zijn sociale omgeving gebruikt (en verandert), niet door wat er gebeurt in therapie.

Ik zit in de trein naar Dordrecht, voor de onderzoekssupervisie van collega’s bij De Hoop. Zo’n trein geeft me altijd een riant gevoel, alsof je een auto met chauffeur hebt die je brengt waar je zijn moet (hoewel mijn collega er een auto-met-pech gevoel bij krijgt). Ondertussen heb je dan de gelegenheid om te doen waar je zin in hebt of wat nodig is. Meestal klap ik meteen m’n laptop open in de trein – de stiltecoupe is een prettige plek om artikelen te schrijven, stukken te lezen, mails te beantwoorden, of vakliteratuur te lezen.

Vandaag is het laatste aan de beurt. Het artikel gaat over een bepaald perspectief op borderline, en met name over het fundamentele wantrouwen dat mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis kunnen hebben naar anderen die je nieuwe dingen kunnen leren. In vaktermen wordt dat ‘epistemisch wantrouwen’ (epistemic distrust) genoemd, het tegenovergestelde van ‘epistemisch vertrouwen’ (epistemic trust). Denk bijvoorbeeld aan een vrouw die slecht van zichzelf denkt en zichzelf minderwaardig voelt. Dan kun jij wel zeggen: ‘je bent een superleuke meid, je bent echt niet minder dan een ander’, maar dan zal die persoon je waarschijnlijk wat glazig aankijken en denken: ‘Dat kun jij wel zeggen, maar dat is gewoon niet zo.’ Oftewel: het nieuwe perspectief dat jij aandraagt, kan niet landen, omdat er geen vertrouwen is dat wat jij zegt ook echt zo is en relevant voor het eigen leven.

Aan het slot van het artikel wordt beschreven hoe therapie kan helpen om verandering in dat wantrouwen aan te brengen. En dan lees ik opeens de zin die blijft haken: Change is, thus, probably due to how a person uses (and changes) their social environment, not to what happens in therapy. Het gaat er dus om dat iemand leert om nieuwe ervaringen op te doen in haar eigen sociale omgeving, dat ze de dingen die daar gezegd en aangereikt worden zich kan toe-eigenen, dat ze kan leren van mensen die om haar heen staan. Leren in de therapiekamer is geen doel op zich (soms wel een noodzakelijke fase), maar is een opstapje naar leren in het leven van elke dag.

Wat is daarvoor nodig, om wat minder wantrouwend te worden en open te staan voor nieuwe manieren van kijken, voor nieuwe informatie? Hoe kun je iemand daarbij helpen? Een van de eerste dingen is, volgens de auteurs van het artikel, dat je een kader aanreikt waarbinnen iemand zich begrepen voelt en zichzelf kan begrijpen. Bijvoorbeeld: ‘het is niet gek dat je niks meer voelt, door alle heftige gebeurtenissen die je hebt meegemaakt, moest je je gevoel wel uitschakelen om te kunnen overleven.’ Of: ‘het is niet raar dat je je verlaten voelt door God nu je depressief bent, dat hebben heel veel mensen die worstelen met een depressie.’

Je gezien en begrepen voelen biedt ruimte om jezelf te begrijpen en te aanvaarden. Het creëert ook openheid voor nieuwe ervaringen in relatie tot anderen (‘niet iedereen laat je zomaar in de steek, er zijn gelukkig ook mensen die trouw blijven, ook al stuiter ik weleens’). Vanuit die openheid kun je gebruik maken van mensen in je sociale omgeving in die zin dat je goed gaat luisteren naar wat zij zeggen en hun (goedbedoelde) uitspraken of dingen die ze je willen meegeven binnen laat komen, overweegt, en zo nodig of zo mogelijk ook ter harte neemt.

Waarom raakt die ene zin mij zo? Omdat het ons zoveel mogelijkheden biedt om voor elkaar van betekenis te zijn. Daarvoor hoef je geen therapeut te zijn (al zijn therapeuten soms onmisbaar in dit proces – schakel die dan vooral ook in als dat nodig is). Meedenken en meevoelen met de ander, begrijpen waarom zij of hij er zo bij zit, laten merken dat je het begrijpt, en het niet veroordeelt of raar vindt – dat is zo essentieel voor verandering. We kunnen (wederzijds!) zoveel van elkaar leren – bijvoorbeeld over hoe je het volhoudt als het leven zwaar is (of niet meer volhoudt), over wie God voor je is (en wil zijn) in het leven van iedere dag met alle ups en downs, over de waarde van relaties, over wat verbondenheid of kwetsbaarheid of onvoorwaardelijke aanvaarding tussen mensen betekent (en hoe dat ook iets kan zeggen of kan verwijzen naar God zelf). Wat hebben we als vrouwen onderling, en als leden van de christelijke gemeente, elkaar veel te bieden!

Het is niet goed dat de mens alleen is (Gen. 2: 18)

En laten wij niet moe worden goed te doen… (Gal. 6:9)

 

Ga naar het archief.