Vakantie

En toen was de vakantie echt voorbij. Hier in regio Noord gaan we voor de tweede week naar school. Ik moet er best weer aan wennen om strak met de tijd te leven. Doe mij maar vakantie. Geen wekker, geen verplichtingen, geen even-opschieten-want-je-moet-op-tijd-in-bed-liggen. Gewoon maar zien hoe het loopt en kijken waar je zin in hebt, je tentje openritsen en eerst maar een wandelingetje naar de douches doen. Er hoeft helemaal niks.

Onze tent stond dit jaar in Normandië. We hadden een mooi plekje op het seniorenveld met uitzicht op de kerk. Ik vond het een prachtige streek, mooie natuur en mooie cultuur. En historie natuurlijk. Daar liepen bij ons vooral de mannen warm voor: tanks en mitrailleurs, bunkers, afweergeschut, caissons, en weet ik wat al niet meer.

Op een dag bezochten we een klif waar de Amerikanen hard gevochten hebben. Met touwladders zijn ze vanaf het strand omhoog geklommen – een strijd op leven en dood. Van de 225 mannen waren er uiteindelijk 135 dood, gewond of vermist. Het landschap is nog steeds getekend door de strijd: bomkraters hebben hun sporen nagelaten.

Zoonlief is diep onder de indruk. Soldaat zijn betekent vechten op leven en dood. Tijdens een wandeling raken we samen aan de praat. Opeens gaat het ook over de Bijbel, waarin het verwijt klinkt dat we nog niet tot bloedens toe gestreden hebben tegen de zonde (Hebr. 12:4). Die tekst komt tot leven: zo’n strijd van de geallieerden, waarbij je alles te verliezen hebt, tot zo’n strijd worden we opgeroepen. Niet een klein beetje vechten tegen de zonde, maar totaal, met je hele hebben en houden.

En dan maakt het niet uit of het vakantie is of niet.

Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo’n menigte  van getuigen omringd worden,  afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij  met volharding  de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.  (Hebr. 12: 1,2)

Ga naar het archief.