Roze spiegel

Opeens vind ik het weer onderin mijn tas: een roze spiegeltje. Gekregen tijdens de Vrouwendag afgelopen februari. Er staat een spreuk op van dominee Poort:
Zie niet naar jezelf in de spiegel, ’t leidt tot zelfbeklag;
niet naar anderen, ’t geeft jaloezie;
zie op Jezus, je Leidsman.

Ik moet er even over nadenken. Op de een of andere manier heb ik het gevoel dat het niet klopt. Oké, dominee Poort was nou niet echt een hele knappe man, dus dat zelfbeklag, daar heeft misschien een reden :-).  En zien op Jezus, dat is natuurlijk helemaal waar. Zonder Hem zijn we nergens. Maar is er dan een tegenstelling?

In de kleuterklas van mijn oudste dochter stond een spiegel in de huishoek stond met de tekst: Kijk, dit ben ik – heel mooi gemaakt. Zo’n uitspraak wijst op God, onze Schepper, die jou en mij gemaakt heeft met dit lichaam, met alles erop en eraan, en Die geen misbaksels schept. Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, zingt psalm 139 als het over ons lichaam gaat.

Daar komt nog iets bij. We hebben net Pinksteren gevierd, waarbij de Geest in mensen is komen wonen. Weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? schrijft Paulus aan het slot van 1 Korinthe 6. U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.

Dus niks zelfbeklag bij de spiegel, maar een lofprijzing! Wat ik zie in de spiegel, is de tempel van de Heilige Geest, de plek waar God wil wonen. Ik mag zijn als een tabernakel in de woestijn, een plek waar mensen God kunnen ontmoeten – en jij ook. Dat is wat we mogen delen met anderen en ook wat hoe we naar onze zusters en broeders in de gemeente mogen kijken – dus hoezo jaloezie?

Als ik dit Evangelie alleen maar aanhoor en niet in praktijk breng, is er ook iets met een spiegel, volgens Jakobus: dan lijk ik op iemand die het gezicht waarmee hij geboren is, in een spiegel bekijkt, weggaat, en meteen vergeten is hoe hij eruit zag(Jak. 1: 23-24).

Dus:
Kijk met regelmaat naar jezelf in de spiegel.
Dank God de Vader, Die je geschapen heeft,
God de Zoon, Die je duur heeft gekocht,
en God de Heilige Geest Die in je woont.
Zijn genade is altijd genoeg – voor jezelf en voor anderen.
Wat een God!

Ga naar het archief.