Plek in de rij

Het is vlak na de kerstvakantie en met een groepje collega’s eten we om half één een broodje. We delen verhalen over de vakantie met onze gezinnen: logeerpartijtjes met twee temperamentvolle jongens, knutselende meisjes, een vol huis, broertjes die hun zusje in de tang nemen, wat een hoop gegil oplevert…

Dat laatste herken ik wel, als de oudste van zeven. Mijn broertjes wisten ook precies hoe ze een jonger zusje op de kast konden krijgen. Soms was een klein gebaar of de eerste tonen van een liedje al voldoende. Iemand met een lagere plek in de rij is nu eenmaal een makkelijk object om te plagen.

Op de fiets naar huis denk ik na over de plek in de rij. Binnen de psychologie zijn daar allerlei onderzoeken over, hoewel de resultaten niet altijd eenduidig zijn. Oudste kinderen zouden slimmer zijn en een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Middelste kinderen hebben brussen boven en onder zich en zijn daarom goed in onderhandelen, en jongste kinderen zouden vooral extravert en sociaal zijn – je moet het toch gezellig houden met de club boven je.

Hoe gaat het eraan toe binnen het huisgezin van God? Wanneer Hij onze Vader is en wij Zijn kinderen mogen zijn (Gal. 4: 4-7), is de Heere Jezus onze oudste Broeder, en noemt Hij ons Zijn broers en zussen (Mark. 3: 34-35). Alle specialiteiten die te maken hebben met de plek in de rij, komen dan in een ander licht te staan: onze oudste Broer is volmaakt, in Hem zijn ook wij geheiligd. Hij verlost ons van de angst, verzoent onze schuld, en komt ons te hulp in ons lijden – en Hij kan dat ook, omdat Hij als de Zoon van God ook echt deel van onze kring uitmaakt. Hoezo gedoe en gezeur? Laten we samen met Hem, als het complete gezin van onze God, de lof van de Vader zingen (Hebr. 2: 10-18).

Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Rom. 8:29

 

 

Ga naar het archief.