Luizenmoeder

En toen was daar opeens de luizenmoeder. In een krant lees ik een uitvoerige analyse van deze succesvolle televisieserie, online komt een interview met een van de actrices langs, en in mijn omgeving hoor ik van mensen die het kijken. Op een avond houd ik een lezing in een kerk, en terwijl ik m’n spullen aan het installeren ben, loopt – als klap op de vuurpijl – de meneer van de voorbereidingscommissie zingend door de zaal: Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent!

Dochterlief komt uit school: ‘Mama, ik wil de luizenmoeder kijken. Bijna iedereen in de klas doet dat. En op het Jeugdjournaal zeggen ze dat 70% van de kijkers kinderen zijn.’ Ik wil het zelf ook wel eens zie, dus samen beginnen we aan aflevering 1. Maar we halen de eindstreep niet. Er zit veel humor in, absoluut. Maar de knalharde vloek en allerlei gedoe wat God verboden heeft in het eerste half uur, krijg ik absoluut niet ‘verteerd’, laat staan dat ik wil dat m’n kind het normaal gaat vinden. Het matcht ook voor geen kant met de Bijbelstudie die ik op dit moment volg over Gods heiligheid zoals zichtbaar werd in de tabernakel en onze roeping om als priesters te leven, volkomen toegewijd aan de Heere en dienstbaar voor de mensen om ons heen. Moet je die Bijbelstudie maar niet meer doen, zegt mijn zusje met een grijns.

Liever niet.

P.S. Thuis hebben we in een grijs verleden één keer luizen gehad, toen heb ik voor luizenmoeder gespeeld. Op school niet verder gekomen dan overblijfmoeder…

Leg dan af alle slechtheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij. En verlang vurig, […] naar de zuivere melk van het Woord,  opdat u daardoor mag opgroeien, […] en kom naar Hem toe als naar een levende steen, […], dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot  een geestelijk huis, tot  een heilig priesterschap, om  geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus. – 1 Petr. 2: 1-5

Ga naar het archief.