Dorst

Gastcolumn

Dat het droog en heet was deze zomer, zal niemand zijn ontgaan. Op zo’n droge, hete dag maakte ik een treinreis van Tirol naar Nederland. Mijn relatie met het openbaar vervoer is tamelijk hectisch, zo ook deze keer al geef ik toe dat het een luxeprobleem was aangezien ik terugkeerde van vakantie. Het waren negen lange uren in een trein zonder airco en cateringwagon, wat ik uiteraard niet wist. Want hoe vaak zo’n reis ook misgaat, je blijft vertrouwen dat het deze keer mee zal vallen. Ik had zo veel water als ik dragen kon, meegenomen.  Maar dat raakte al snel op. Er was niets te koop, en ik voelde me niet lekker. Gelukkig was daar een aardige meneer die zijn hele 1,5 liter fles water aan mij schonk. Wat een overvloed! Daar kon ik wel een poosje op voort. Met dat ik dat dacht, trok een andere meneer aan mijn arm. Hij had zo’n dorst. Of hij een slokje water mocht. Ik dacht na over offeren, en deelde – na enige aarzeling – mijn water.

Halverwege de reis besloten de Duitsers te staken. Ik moest mijn reis vervolgen aan de hand van vage aanwijzingen die de NS stuurde op een vastgelopen app. Ik deed heel wat stationnetjes aan, maar daar was noch tijd noch water beschikbaar dus ja, het raakte op. Met nog heel wat uren voor de boeg, en flinke dorst, kwam ik opnieuw een aardige jongen tegen. Hij sprintte voor mij een woonwijk in, om drie minuten voor de trein arriveerde hijgend terug te komen met een grote fles water. ‘Want’, zei hij, ‘elk mens heeft recht op water’. We deelden de fles, pratend over God en Wie Hij is in moeilijke omstandigheden. Eenmaal thuisgekomen was het nog steeds heet en droog. Maar met de kraan binnen handbereik was dat eigenlijk geen probleem.

Tijdens die reis kwam het hijgend hert dat verlangt naar water, regelmatig in mijn gedachten. Net als Jezus’ woorden: ‘Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.’ (Joh. 7:37,38)

God voorziet niet alleen bij aardse maar ook bij geestelijke dorst. Geen mens heeft er recht op, maar Hij wil die dorst lessen. Genade, voor elk mens beschikbaar. Levend van genade, is er altijd genoeg. Wat een zegen, dat je in een leven met God niet zelf voldoende water hoeft mee te sjouwen. Wat een zegen, dat bij Hem alles te vinden is wat nodig is voor onze aardse reis en onze hemelse bestemming. Genoeg om van te delen. Genoeg om periodes van droogte aan te kunnen zonder te verdorren.

‘Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt, wiens vertrouwen de HEERE is. Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop. Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen. Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.’ (Jer. 17:7,8)

 

Naschrift HS: ik zat te broeden op een nieuwe column, toen een vriendin dit mailde. Te mooi om niet te delen!

 

Ga naar het archief.